Kort geding BPOC2020 tegen de overheid n.a.v. blokkering Russische nieuwswebsites

De BPOC2020 heeft besloten een kort geding aan te spannen tegen de overheid wegens de opdracht die zij aan internetproviders heeft gegeven om bepaalde Russische nieuwswebsites te blokkeren.

 Het gaat de BPOC2020 hier niet om deze specifieke websites. Ook uit de BPOC2020 daarmee geen mening over het Russisch/Oekraïense conflict.

 Het gaat de BPOC2020 om het recht op vrije nieuwsgaring: nu zijn het Russische websites die geblokkeerd worden. Maar waar ligt de grens? Geeft de overheid straks opdracht tot het blokkeren van andere websites die onwelgevallig, of in de ogen van de overheid, gevaarlijk nieuws of informatie verspreiden?

 Het recht op vrije nieuwsgaring is niet vastgelegd in de Nederlandse Grondwet. Het begrip vrije nieuwsgaring wordt doorgaans gebruikt om aan te geven dat journalisten het recht hebben om nieuws – of algemener: informatie – te verzamelen, zonder inmenging van wie dan ook. De vrijheid van nieuwsgaring komt echter niet alleen de pers toe: het is (althans in Nederland) een recht van iedere burger “om inlichtingen en denkbeelden te ontvangen en te garen zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen”, aldus een uitspraak van de Nationale Ombudsman in 2007.

 Het recht van burgers op vrije nieuwsgaring is dus niet als zodanig opgenomen in de zogeheten grondrechten die aan het begin van de Nederlandse Grondwet zijn opgesomd, maar er is wel een relatie met de vrijheid van meningsuiting. Die is verankerd in artikel 10 EVRM, artikel 19 IVBPen  artikel 7 Nederlandse Grondwet.

 De vrijheid van meningsuiting wordt beschermd in artikel 7. Het eerste lid van dit artikel verbiedt preventieve censuur op uitingen via de drukpers en, zoals in de rechtspraak is erkend, via daarmee op één lijn te stellen uitingsmiddelen, en garandeert de meningsuiting door middel van de drukpers.

 Met vrije nieuwsgaring wordt meestal gedoeld op het actief verwerven van informatie. Er is ook een meer passieve vorm van informatievergaring denkbaar zoals de vrijheid om een abonnement te nemen op een krant naar keuze, om de beschikbare radio- en televisiezenders ongestoord te kunnen ontvangen en om naar believen te kunnen surfen op het internet.

 Wij verwijzen ook naar een artikel van Gerard Spruijt, Emeritus Hoogleraar informatierecht aan de Universiteit Leiden. Daarin schrijft hij:

 Los van concrete formuleringen in grondwetten en verdragen beseft eenieder dat tot de vrijheid om zich te uiten ook de vrijheid om informatie – feiten, gedachten, gevoelens – te ontvangen behoort. Niet alleen omdat degene die van zijn uitingsvrijheid gebruik maakt anders ‘een roepende in de woestijn’ zou zijn, maar ook omdat aan het uiten een proces van informatie inwinnen, respectievelijk meningsvorming voorafgaat.Deze ontvangstvrijheid heeft haar passieve en haar actieve aspecten in alle gradaties. Het luisteren naar radio, het kopen van een krant, bezoek aan een bibliotheek, zappen op televisie en surfen op het internet, het zijn activiteiten die iedere burger onderneemt. Het zijn meer of minder passieve aspecten van het uitoefenen van de ontvangstvrijheid. De meest actieve vorm van de uitoefening van dit recht komt men tegen bij de journalist die met geëigende journalistieke technieken (interviews, opvragen of achterhalen van documenten, waarnemingen ter plekke e.d.) op onderzoek is. Deze actieve variant noem ik de garingsvrijheid. Het is een species van de ontvangstvrijheid. Men moet deze ontvangstvrijheid en garingsvrijheid niet zien als momenten op een rechte lijn, waarinde actieve garingsvrijheid aan het ene uiterste en de passieve (kant van de) ontvangstvrijheid op het andere uiterste gelegen zijn. Men moet deze aspecten veel meer zien als momenten op een cirkel, waarbij om de beurt de actieve gaarder een passieve ontvanger wordt en de passieve ontvanger een actieve gaarder in een voortdurende wisselwerking. Tegelijkertijd en tussen die momenten door zullen zij – de gaarder en de ontvanger – hun mening vormen en op hun beurt ook hun mening en hun ingewonnen informatie uiten en verspreiden, want het ontvangen en inwinnen van informatie staat in dienst van de meningsvorming en dus ook in dienst van de meningsuiting. Het gaat dus om twee – te onderscheiden – aspecten van een en hetzelfde recht, de ontvangstvrijheid.

 De vrijheid van nieuwsgaring moet ook worden onderscheiden van het openbaar maken en verspreiden. Openbaar maken en verspreiden zijn mijns inziens aspecten van de uitingsvrijheid, hoezeer men ook kan zeggen dat er zonder openbaar maken en verspreiden geenontvangst en dus geen ontvangstvrijheid is en omgekeerd dat een beperking van deontvangstvrijheid vaak tevens een beperking van de verspreidingsvrijheid inhoudt.

Het openbaar maken en verspreiden zijn activiteiten van de ‘zender’, de ‘uiter’ in het informatieproces. ‘Zenden’ en ‘ontvangen’ vormen samen de informatievrijheid of communicatievrijheid.

We kijken ook naar de totstandkoming van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948 en daaraan ten grondslagliggende teksten over de ‘freedom of information’. Daaronder werd mede verstaan een internationale vrijheid van nieuwsgaring, dat wil zeggen het recht om in alle landen nieuws te mogen verzamelen op voet van gelijkheid met de nationale nieuwsmedia en om dit ongehinderd door censuur of discriminatieve tarieven aan

de kranten en persbureau’s toe te zenden: ‘Freedom of information implies the right to gather, transmit and publish news anywhere and everwhere without fetters…’.

 Hier is de garingsvrijheid toegespitst op de vrijheid van de nieuwsmedia en wordt het garen in één adem genoemd met het verspreiden en openbaren.

De BPOC2020 ziet voldoende redenen en wettelijke handvatten om een kort geding tegen de overheid aan te spannen.

Zodra er een zittingsdatum bekend is laten wij dit hier weten.