Antilichaamafhankelijke versterking, soms minder precies immuunversterking of ziekteversterking genoemd, is een fenomeen waarbij binding van een virus aan suboptimale antilichamen de toegang tot gastheercellen verbetert, gevolgd door de replicatie ervan.

De biochemicus en moleculair farmacoloog Timothy Cardozo heeft samen met de patholoog Ronald Veazey de wetenschappelijke literatuur bestudeerd om (pre)klinisch bewijs te identificeren teneinde clinici in staat te stellen het specifieke risico bekend te maken dat erin bestaat dat vaccins ter voorkoming van de ernstige ziekte Covid-19 deze ziekte juist kunnen verergeren bij blootstelling aan de uitdaging die het SARS-CoV-2-virus ons stelt. Cardozo en Veazey doorzochten de literatuur om te achterhalen of risico’s naar behoren publiek waren gemaakt. Na analyse van de protocollen van de proefnemingen van vaccinontwikkelaars concludeerden zij dat vaccins tegen Covid-19, die ontworpen zijn om neutraliserende antilichamen op te wekken, de ontvangers van het vaccin overgevoeliger kunnen maken voor ernstiger ziekten in contrast met het geval dat zij niet gevaccineerd waren. De vaccins tegen SARS, MERS en RSV (Respiratory Syncytial Virus) werden nooit goedgekeurd aangezien de vergaarde gegevens bij het ontwikkelen en testen van deze vaccins op een ernstig mechanistisch probleem wezen. Namelijk dat vaccins die empirisch volgens de traditionele aanpak gebruik maken van een niet of minimaal gemodificeerd coronavirus – en ongeacht de toedieningsmethode – de Covid-19-ziekte kunnen verergeren via antibody-dependent enhancement (ADE) oftewel antilichaam- afhankelijke versterking.

Cardozo en Veazey stelden vast dat dit risico werd verdoezeld in protocollen van klinische proeven en in toestemmingsformulieren voor de Covid-19- vaccinproeven die in 2020 plaatsgrepen. Het is daardoor onwaarschijnlijk dat patiënten voldoende worden ingelicht over de risico’s van een inenting alvorens zij hiervoor hun toestemming geven. Hun literatuurstudie werd na peer review goedgekeurd en gepubliceerd in het International Journal of Clinical Practice.

Lees hier de studie.

Begeleidende teksten: Willem Van den Panhuysen, Vrije Unisversiteit Brussel, DeWereldMorgen.be