Politierapport

Bestel hier het politierapport van BPOC2020. De eindconclusie van dit rapport kunt u hier gratis inzien.

BPOC2020 heeft een rapport samengesteld over politiegeweld rondom de handhaving van coronaregels. Denk hierbij aan geweld tegen demonstranten die demonstreren tegen de coronammatregelen, geweld tegen overtreders van de avondklok, geweld tegen arrestanten en de vaak disproportineel harde aanpak van mensen die andere coronaregels overtreden. Op basis van de verklaringen van 80 politieagenten die uit gewetensbezwaar hun verhaal hebben gedaan bij ons, hebben wij een rapport opgesteld van al deze verklaringen. U kunt deze kopen op de website van Blue Tiger. Als u een gesigneerde versie van dit rapport wil (het rapport is dan gesigneerd door Pieter en Jade, de oprichters), dan kunt u die bestellen door een donatie te doen en daarna uw gegevens naar ons te sturen (zie de instructies in de rechter kolom). De eindconclusie van dit politierapport kunt u echter op deze pagina gratis inzien. U kunt deze hieronder lezen.

Bestel het politierapport

Bestel nu het (gesigneerde) politierapport. De verklaringen van alle 80 gewetensbezwaarde politieagenten kunt u hierin teruglezen. 

U kunt betalen voor een gesigneerd exemplaar door op onderstaande button te klikken. Stuur na betaling uw naam en adresgegevens naar: gesigneerdrapport@bpoc2020.nl onder vermelding van “politierapport”.

U kunt ook hier een ongesigneerd exemplaar bestellen (€27.-).

Conclusie

“Ik zweer (verklaar), dat ik middellijk of onmiddellijk, in welke vorm dan ook, tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb gegeven of beloofd. Ik zeer (beloof), dat ik, om iets in mijn betrekking te doen of te laten, van niemand, middellijk of onmiddellijk, enige beloften of geschenken zal aannemen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat verklaar en beloof ik)!”

“Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de wetten van ons land. Ik zweer (beloof) dat ik de krachtens de wet uitgevaardigde voorschriften en verordeningen zal nakomen en handhaven, dat ik de aan mij verstrekte opdrachten plichtsgetrouw en nauwgezet zal volbrengen en de zaken, waarvan ik door mijn ambt kennis draag en die mij als geheim zijn toevertrouwd, of waarvan ik het vertrouwelijke karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik volgens de wet of ambtshalve tot mededeling verplicht ben. Ik zweer (beloof) dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat beloof ik)!” [1]

Bovenstaande tekst is afkomstig uit de ambtseed of ambtsbelofte die elke medewerker van de politie geacht wordt af te leggen wanneer hij of zij voor de politie gaat werken. Deze ambtseed is te vinden op de eerste pagina van de Beroepscode Politie. Echter; sinds december 2020 heeft de Buitenparlementaire Onderzoekscommissie 2020 de verklaringen opgenomen van ruim tachtig agenten die niet langer het gevoel hebben dat zij hun werk volgens deze code kunnen uitvoeren. Wij hebben deze verklaringen inhoudelijk bestudeerd en hebben geconstateerd dat er sprake is van een aantal terugkerende thema’s. Deze zullen wij hieronder bespreken.

Allereerst is het belangrijk op te merken dat deze agenten zich bij een burgercommissie hebben gemeld omdat zij zich niet veilig voelden hun zorgen en bezwaren binnen de politieorganisatie te delen, of omdat zij daartoe een poging hebben gedaan en daarvan negatieve gevolgen hebben ondervonden. Wij constateren dat de cultuur in het politiekorps weinig tot geen ruimte biedt voor kritiek en/of afwijkende meningen. Van de tachtig agenten van wie de verklaringen in dit rapport zijn opgenomen, hebben er vierentwintig – meer dan een kwart – aangegeven zich ziek te hebben gemeld, ontslag te hebben genomen, of voornemens te zijn dit te doen. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, gezien het feit dat het percentage agenten dat bezwaar heeft tegen de zaken die wij hieronder uiteen zullen zetten, hierdoor steeds verder daalt.

  1. Verharding beleid sinds coronacrisis

“Alles is veranderd. We zijn niet meer dienstbaar aan de samenleving, maar aan een politiek van onderdrukking en geweld.” (verhoor 2)

Verklarende agenten geven in groten getale aan dat het werk bij de politie sterk is veranderd sinds het begin van de coronacrisis in maart 2020. Er heeft een verharding plaatsgevonden in het beleid van de politie. Waar de-escalerend optreden voorheen hoog in het vaandel stond, spreken veel agenten nu van een zogenoemd ‘zero tolerance – beleid’ waarbij de geringste aanleiding wordt aangegrepen om (hardhandig) op te treden en burgers aan te houden. Tegenspraak van burgers wordt in dergelijke situaties veelvuldig opgevat als “belediging”, hetgeen wordt aangevoerd als reden om tot aanhouding over te gaan. Daarnaast is de sfeer binnen de organisatie sterk veranderd; er is sprake van toenemend onderling wantrouwen. Een groot aantal van de agenten die bij deze commissie hebben verklaard, geeft aan bij de politie te zijn gegaan uit idealisme – zij wilden mensen helpen en een bijdrage leveren aan het beschermen van de vrije rechtsstaat. Zij geven in veel gevallen ook aan dat er van dat idealisme inmiddels weinig meer over is. Zij zijn gedesillusioneerd door de huidige cultuur binnen de politieorganisatie.

  1. Buitenproportioneel geweld tegen burgers

“Het werk als ME-er is eigenlijk niet meer te doen. We worden om de haverklap ingezet tegen demonstranten. Ik zeg met opzet ‘tegen’. Wij zijn er namelijk niet meer om de orde te handhaven of gebieden ontoegankelijk te maken, maar om te vechten tegen vreedzame demonstranten.” (verhoor 15)

Er wordt zowel door reguliere agenten als door de Mobiele Eenheid in toenemende mate buitenproportioneel geweld gebruikt tegen burgers die de coronamaatregelen van de overheid overtreden of daartegen demonstreren. Het niet houden van voldoende afstand, het niet dragen van een mondkapje, of het simpelweg aanwezig zijn op een locatie waarvan besloten is dat deze ontruimd moet worden zijn al voldoende aanleiding voor het gebruik van geweld. Ongeveer een kwart van de agenten die bij deze commissie hebben verklaard, werkt ook bij de Mobiele Eenheid. Deze agenten geven veelvuldig aan dat er een sterke verandering heeft plaatsgevonden in het handelen van de ME. Waar de ME voorheen alleen werd opgeroepen wanneer een situatie uit de hand dreigde te lopen, worden zij bij demonstraties tegen de coronamaatregelen vrijwel standaard op locatie geplaatst. De agenten verklaren eenduidig dat zij van hogerhand instructies krijgen om locaties waar demonstraties gaande zijn zo snel mogelijk en met geweld “schoon te vegen”. Hierbij wordt regelmatig gebruik gemaakt van middelen zoals waterwerpers (het zogenoemde waterkanon), politiehonden, et cetera. Uit de verklaringen van de agenten blijkt dat de regels en protocollen waaraan het gebruik van deze middelen onderhevig is in veel gevallen niet worden nageleefd. Zo wordt er gericht op mensen gespoten met de waterwerper en worden politiehonden aangespoord om mensen aan te vallen wanneer zij al op de grond liggen. Deze zaken zijn in strijd met artikel 7 van de Politiewet[2], waarin staat dat de politie alleen geweld mag gebruiken wanneer er geen andere manier is om het beoogde doel te bereiken. Ook specificeert de Politiewet dat geweld, wanneer het al wordt toegepast, in alle gevallen redelijk en gematigd dient te zijn.

Daarnaast worden door de verklarende agenten verschillende situaties geschetst waarin de politie en/of de ME door hun toedoen gewonde burgers (medische) hulp hebben geweigerd. Dit is in strijd met artikel 3 van de eerder genoemde Politiewet, waarin staat dat de politie hulp dient te verlenen aan hen die deze behoeven. Ook worden burgers die zijn aangehouden op de politiebureaus met hoge mate van regelmaat slecht behandeld: verzorging, sanitair en medische behandeling worden onthouden en arrestanten worden uitgescholden, vernederd en met racisme en/of seksisme bejegend.

Agenten die binnen de organisatie laten merken dat zij bezwaren hebben tegen de hierboven beschreven behandeling van vreedzame burgers, ondervinden daarvan vaak nadelige gevolgen. Regelmatig worden zij op non-actief gesteld, achter een bureau gezet, of niet langer als ME-er ingezet wanneer zij zich uitspreken tegen het buitenproportionele geweld. Ook worden zij door hun collega’s buitengesloten en getreiterd wanneer het vermoeden bestaat dat zij sympathie hebben voor tegenstanders van het coronabeleid van de overheid. Er is dus sprake van druk binnen de organisatie om geweld te gebruiken tegen burgers.

Agenten verklaren eveneens dat er bij het optreden van de politie en ME bij demonstraties onderscheid wordt gemaakt op basis van het onderwerp van de demonstraties: demonstraties tegen de coronamaatregelen van de overheid worden vaker verboden en/of opgebroken dan bijvoorbeeld demonstraties ten behoeve van organisaties zoals Black Lives Matter. Hierbij wordt vaker buitensporig geweld gebruikt. Bovendien worden demonstraties tegen de coronamaatregelen regelmatig met opzet geëscaleerd door de zogenoemde Arrestatie Eenheid (AE); agenten in burgerkleding die zich ongemerkt mengen tussen demonstranten en aldaar confrontaties uitlokken.

  1. Drugsgebruik

“Er is sprake van middelengebruik door collega’s die ingezet worden als ME-er. Ik weet zeker dat collega’s in beslag genomen middelen achteroverdrukken die ze later zelf gebruiken. (…) Stelen van drugs is een wijdverbreid verschijnsel, zeker in middelgrote en grote steden. Het is algemeen bekend maar er wordt letterlijk niets aan gedaan.” (verhoor 35)

Er is sprake van een probleem met betrekking tot middelengebruik door dienstdoende agenten, en dan met name binnen de Mobiele Eenheid. Het gaat dan voornamelijk om cocaïne en amfetamine (speed). Agenten hebben bij deze commissie verklaard dat ze de symptomen van drugsgebruik hebben geconstateerd bij collega’s, maar ook dat zij collega’s gezien hebben terwijl zij cocaïne of speed gebruikten. Buitensporig geweld is in deze context beter te verklaren, gezien het feit dat het gebruik van/een verslaving aan dergelijke middelen kan leiden tot gevoelens van angst, paranoia en agressiviteit.[3]

De gebruikte middelen worden in veel gevallen door agenten gestolen nadat ze van verdachten in beslag zijn genomen. In deze gevallen wordt er gerapporteerd dat er een kleinere hoeveelheid is aangetroffen dan daadwerkelijk het geval is. Deze vorm van diefstal komt ook voor met betrekking tot geld.

  1. Dehumanisering, seksisme en racisme

“Nu we regelmatig aangehouden demonstranten op het bureau hebben of burgers die een coronaregel hebben overtreden, loopt het volledig uit de klauwen. Deze mensen staan bloot aan seksueel getinte opmerkingen en rechtstreekse oneerbare voorstellen. Ze worden nodeloos uren vastgehouden en zonder proces-verbaal heengezonden. Ze worden blootgesteld aan smerige opmerkingen van agenten over hun borsten, hun achterste en ga zo maar door. Wanneer zo’n vrouw dan ook nog eens gekleurd is maken ze openlijk seksuele grappen over bijvoorbeeld “hete Aziatische wijven” waar zo’n vrouw bij is. Ze betrekken mij daar ook geregeld bij. Wanneer ze dan merken dat ik daar niet van gediend ben moet ik het zelf de dagen daarna ontgelden. Ik ben namelijk van Surinaamse afkomst, dus de racistische seksuele opmerkingen vliegen dan schaamteloos in het rond.” (verhoor 30)

Er is binnen de politieorganisatie sinds het begin van de coronacrisis in toenemende mate sprake van dehumanisering van tegenstanders van het coronabeleid van de regering. Agenten spreken onder elkaar in denigrerende termen over deze mensen, en wanneer zij gearresteerd worden tijdens een demonstratie of een situatie op straat, worden deze termen ook rechtstreeks tegen hen gebruikt. Tegenstanders van het coronabeleid zijn wappies, idioten, virusverspreiders et cetera. Bovendien is er sprake van een duidelijk probleem met betrekking tot racistische en seksistische bejegening van zowel burgers als collega-agenten. Er hebben zich slechts enkele vrouwelijke agenten tot deze commissie gewend, maar zij gaven stuk voor stuk aan stelselmatig te maken te hebben met seksistisch, vrouwonvriendelijk gedrag van mannelijke collega’s en dergelijk gedrag jegens arrestanten te hebben geconstateerd. Ongewenste intimiteiten komen ook voor. Dit gedrag lijkt bovendien te worden ingezet als “straf” jegens agenten van wie bekend wordt dat zij sympathie hebben voor coronacritici of geen onnodig geweld willen gebruiken jegens burgers. Vrouwelijke agenten worden door collega’s toegevoegd aan whatsappgroepen waarin seksistische opmerkingen en links naar pornografische filmpjes worden gedeeld. Ook worden zij tegen hun wil aangeraakt, vastgepakt en in hun billen geknepen.

  1. Cultuur van wantrouwen

“Ik zou mijn verhaal het liefst doen bij een vertrouwenspersoon binnen de organisatie. Maar ik ben bang dat mijn verhaal dan naar buiten komt. Dat is meer gebeurd bij collega’s die bij vertrouwenspersonen hun verhaal deden. Ook al voor de coronacrisis.”

Er is binnen de politieorganisatie weinig tot geen ruimte voor kritiek of het uiten van zorgen rondom het huidige beleid. Agenten geven aan dat er wel vertrouwenspersonen beschikbaar zijn, maar dat het regelmatig voorkomt dat gesprekken met deze personen niet vertrouwelijk blijven en ertoe leiden dat de betreffende persoon nadelige gevolgen ondervindt van een dergelijk gesprek. Ook worden agenten die proberen zich te onthouden van het gebruiken van onnodig geweld tegen burgers door collega’s bij de leiding “verraden.” Dit leidt er in sommige gevallen toe dat een agent op non-actief wordt gesteld, bureauwerk krijgt, of geïntimideerd wordt om zich ziek te melden of ontslag te nemen. Sympathie voor coronacritici en demonstranten is binnen de organisatie in toenemende mate taboe geworden. Agenten van wie bekend is geworden dat zij niet achter het huidige beleid staan, geven aan dat zij door collega’s worden uitgescholden of dat niemand nog met hen wil surveilleren. Ook worden zij toegevoegd aan whatsappgroepen vergelijkbaar met de groepen die genoemd werden onder punt 4, waarin zij uitgescholden en bespot worden.

Er is een situatie ontstaan waarin kritische agenten vrijwel nergens meer terecht kunnen: niet bij hun leidinggevenden, niet bij vertrouwenspersonen, en niet bij collega’s. Het onderlinge wantrouwen is groot; agenten “controleren” elkaar op ongewenst gedrag en onacceptabele meningen.

  1. Ziekteverzuim en psychische problemen

“Ik schrik wanneer er gedachten door mijn hoofd gaan om mijzelf het leven te benemen. Want dat soort gedachten heb ik steeds meer. Want ik kan er niet mee leven.” (verhoor 23)

Als gevolg van de hierboven besproken zaken is het ziekteverzuim binnen de politieorganisatie sterk toegenomen. Zoals eerder vermeld, heeft ruim een kwart van de door deze commissie gehoorde agenten aangegeven zich ziek te hebben gemeld en/of ontslag te hebben genomen. Ziekmelden lijkt de enige manier te zijn voor deze agenten om te voorkomen dat zij gedwongen worden geweld tegen burgers te gebruiken.

Een kleiner percentage van de gehoorde agenten heeft aangegeven als gevolg van de situatie binnen het politiekorps met psychische problemen te kampen en/of onder begeleiding te staan van een hulpverlener, bijvoorbeeld een psycholoog. Bij enkelen is zelf een posttraumatische stressstoornis (PTSS) vastgesteld.

Samenvattend zijn de antwoorden op de onderzoeksvragen die deze commissie aan het begin van dit onderzoek heeft opgesteld als volgt:

Is het toegepaste geweld proportioneel?
Nee, het toegepaste geweld is niet proportioneel. Burgers worden met regelmaat tot bloedens toe mishandeld terwijl zij zich niet schuldig maken aan geweld.

Wat zijn de redenen van het escaleren van het geweld tijdens demonstraties?
Het escaleren van geweld tijdens demonstraties lijkt meerdere oorzaken te hebben, waaronder escalatie door de AE, middelengebruik door de Mobiele Eenheid, en geweldsinstructies van hogerhand.

Wat zijn de redenen van het escaleren van geweld tijdens het aanspreken door politieagenten van burgers die de maatregelen overtreden?
Situaties waarin burgers worden aangesproken op het overtreden van de maatregelen escaleren regelmatig door onnodig (verbaal) agressief optreden van agenten en het feit dat zeer geringe tegenspraak al als een reden wordt gezien om burgers aan te houden.

Is er voor politieagenten en ME-ers ruimte binnen het korps om hun mening over het optreden van de politie te uiten, vooral wanneer die mening kritisch is t.a.v. het optreden van de politie en t.av. de door de overheid ingestelde maatregelen?
Nee, er is binnen het korps nauwelijks tot geen ruimte voor het uiten van zorgen en/of meningen met betrekking tot het huidige beleid. Kritiek leidt doorgaans tot problemen.

Kunnen politieagenten en ME-ers op een veilige wijze terecht bij vertrouwenspersonen binnen het korps?
Nee. Meerdere agenten hebben verklaard dat informatie bij de vertrouwenspersonen lang niet altijd veilig is.

Hoe is de verhouding tussen collega’s binnen het korps?
De verhouding tussen collega’s binnen het korps is gespannen. Er is sprake van een groot onderling wantrouwen.

Hoe is de verhouding tussen politieagenten en de politieleiding?
De verhouding tussen agenten en de politieleiding is eveneens gespannen. Er is geen ruimte voor discussie. Instructies dienen kritiekloos te worden uitgevoerd, ook wanneer die in strijd zijn met de politiewet of hetgeen dat men tijdens de opleiding leert.

Voelen politieagenten zich vrij te weigeren geweld toe te passen tegen vreedzame burgers en demonstranten?
Nee, de door deze commissie gehoorde agenten voelen zich niet vrij te weigeren geweld toe te passen. Uit hun verklaringen blijkt dat agenten die proberen zich afzijdig te houden, met regelmaat door collega’s worden verraden en/of door de leiding op het matje worden geroepen. Bovendien leidt het ertoe dat dergelijke agenten een reputatie krijgen dat zij sympathie hebben voor “virusverspreiders.”

Is het geweld bewust beleid van de politieleiding c.q. de driehoek?
Ja, het geweld is bewust beleid van de politieleiding. Door deze commissie gehoorde agenten geven aan dat zij van hogerhand instructies krijgen om demonstraties gewelddadig ten einde te brengen en ook jegens overtreders van de coronamaatregelen op straat een “zero tolerance” beleid te voeren.

Concluderend stelt de commissie vast dat er sprake is van structurele problemen binnen de politieorganisatie met betrekking tot geweld tegen burgers en de cultuur binnen het politiekorps. Het betreft hier geen incidenten. Er is sprake van een onderliggend probleem en als commissie roepen wij de politieorganisatie maar ook de minister van Veiligheid en Justitie dan ook op om dit probleem allereerst te erkennen en daarna nader te onderzoeken.

Afsluitend delen wij mede dat de commissie contact heeft opgenomen met de ombudsfunctionaris, mw. Letty Demmers. Wij werden toen teruggebeld door dhr. Frank Brouwers, Hoofd Bureau Ombudsfunctionaris, die ons mededeelde dat er geen interesse was voor de bevindingen van de commissie.

[1]Ambtseed of ambtsbelofte afgelegd door de aspirant of de ambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. Bron: Beroepscode Politie, https://www.politie.nl/binaries/content/assets/politie/nieuws/2018/00-km/beroepscode-politie-8-jan-2017.pdf

[2] https://wetten.overheid.nl/BWBR0031788/2021-01-01

[3] https://www.changesggz.nl/verslavingen/speedverslaving/symptomen/
https://www.changesggz.nl/verslavingen/cocaineverslaving/symptomen/